Als overleven je leven is - hoe ziet dat eruit in Israel?
Facebook artikel van Sarah Tuttle-Singer – 18 maart 2026
Of de huur op
tijd te betalen.
Of je verjaardag
te onthouden.
De tijd verloopt
niet meer zoals vroeger.
Hij valt uiteen
in voor en na, sirene en stilte, impact en nasleep.
Wat mij betreft is het nog steeds 27 februari, op een goede dag. [De 2e Iran oorlog begon op de 28e]
Een dag die niet eindigt.
Een dag die in
alles sijpelt, in de koffie, in de lucht, in de manier waarop we onze telefoons
checken en de lucht afspeuren en afstand niet in kilometers meten maar in
seconden tot een schuilplaats en nieuwsmeldingen.
Leven in een actief oorlogsgebied doet iets precies en wreed met de tijd.
Ze gaat niet
zomaar voorbij. Ze draait in een
lus.
Ze vervormt.
Het beperkt je wereld tot het directe:
Waar is de
dichtstbijzijnde schuilplaats?
Hoe snel kan ik
daar komen met een kind op mijn heup?
Heb ik snacks
ingepakt? Water? Telefoonoplader?
Heb ik genoeg
gezegd dat ik van je hou?
De toekomst wordt een vreemd gerucht.
Plannen voelen
bijna arrogant aan.
Volgende week.
Volgende maand. De zomer.
Is het niet nog
steeds Simchat Torah? Wacht, was het al Poerim?
Waarom is het buiten warm terwijl het nog winter is?
Dit zijn luxe
dingen, zoals kristallen glazen die je niet uit de kast durft te halen.
En het verleden…
het verleden wordt radioactief.
Er zijn data die
je niet kunt aanraken zonder je te branden.
Dus leef je hier,
op deze vreemde tussenplek.
Verjaardagen
vergeten.
Rekeningen in
stukjes betalen.
Gesprekken voeren
terwijl je half luistert naar het aanzwellende gehuil dat het moment zou kunnen
openbreken.
En ook, ik zie je.
De berichten. De check-ins. De “gaat het goed met je?”
De mensen die
over oceanen en tijdzones en politieke verschillen en angst heen reiken en
zeggen: ik ben er.
Het betekent meer
dan ik kan uitleggen.
Het herinnert me
eraan dat de wereld nog steeds door zorg met elkaar verbonden is, zelfs nu.
En ja, ik merk
ook de stilte van mensen op — zelfs van familie.
De lege plekken waar een naam had moeten staan.
De mensen die
niet in mijn DM’s verschijnen, die niet vragen.
Die in plaats daarvan stilletjes wrok koesteren omdat je geen contact
houdt.
Ik merk het.
Ik ben niet eens
boos. Maar ik zie jullie ook.
Omdat oorlog
dingen terugbrengt tot hun essentie.
Je leert heel
snel wie aan je denkt, en wie niet.
Wie het gemiste
verjaardagsbericht vergeeft en wie geen idee heeft dat je letterlijk niet weet
of je vandaag zult leven of sterven.
Degene die
glimlacht, die schrijft, die wanhopig probeert de boel bij elkaar te houden.
En degene die
altijd aan het tellen is.
Altijd aan het
luisteren is.
Altijd klaar om
te vluchten.
Mensen buiten dit
alles begrijpen het niet.
Ze denken dat oorlog bestaat uit grote dingen, krantenkoppen, strategie, kaarten.
Maar meestal
bestaat het uit kleine breuken:
Een gemist
telefoontje.
Een vergeten
verjaardag.
Een huurbetaling
die te laat is verstuurd omdat je met je kinderen in het trappenhuis stond,
wachtend tot de hemel zou beslissen waar de ramp zich zou voltrekken.
Dus ja,
het spijt me.
Maar ik ben er
ook.
Nog steeds hier.
Ik meet de tijd
niet in dagen, maar in overleven.
En als ik de
datum vergeet,
als ik de kleine
rituelen uit het oog verlies die ooit een normaal leven vormden,
dan is dat omdat
ik druk bezig ben vast te houden aan het enige dat er echt toe doet:
lang genoeg in
leven blijven
om ze weer te
kunnen herinneren.












Comments
Post a Comment